Back to top

Dikte

Het eerste onderscheid wat gemaakt wordt betreft de viscositeit van de olie, de taai-vloeibaarheid. Naarmate een olie ‘dikker’ is, vloeit die trager uit. Ook het hechtingsvermogen aan oppervlakken neemt met de dikte van de olie toe. Om gefundeerd onderscheid te kunnen maken heeft men verhoudingsgetallen ingevoerd. SAE 30 is wat dat betreft een kengetal wat men kent. Dit betreft een ‘single grade’ olie; alle olie heeft dezelfde taai-vloeibaarheid. Tegenwoordig gebruiken we meer ‘multigrade’ olie. Herkenbaar aan de twee getallen met een hoofdletter W ertussen. Voor Classic Mini’s gebruiken we algemeen 20W50. Heb je er een A+ motor in, dan is het advies 15W40. Mpi 10W40. Het bijzondere is, dat er een fractie in deze olieën zit die bij kamertemperatuur of lager zich gedraagt als een SEA 20 (15) olie en op bedrijfstemperatuur van de motor het karakter krijgt van een SAE 50 (40) olie. Dat willen we graag, want zo’n olie is niet zo stroperig bij het starten en smeert meteen bij de eerste krukas omwentelingen al heel behoorlijk. Komt de motor op bedrijfstemperatuur, dan is het karakter vergelijkbaar met die van een single grade 30. Wordt de motor echt (te) heet, dan zijn de smeer eigenschappen nog steeds zo goed dat de motor niet vastloopt. Bijkomend voordeel is, dat deze olie op bedrijfstemperatuur niet zo makkelijk langs de keerringen wegloopt als een single grade.

Back to top

Samenstelling

Een tweede onderscheid wat we maken betreft de oorsprong van de olie. Er is synthetische olie en minerale olie. De eerste is dus (eigenlijk) ‘namaak’. In wezen zijn beide soorten –als smeermiddel- goed genoeg voor onze Mini’s, maar, er kleeft een minder gunstig aspect aan de synthetische olie. Omdat dit smeermiddel toch gefabirceerd moet worden, is de gelegenheid aangegrepen er allerlei toevoegingen aan te doen. Deze toevoegingen helpen de moderne motoren –die daar op gebouwd zijn- om behoorlijk duurzaam te zijn. Minder slijtage, minder vervuiling, minder verversen, noem maar op. Alleen, de motorblokjes in onze Mini’s zijn daar niet op gebouwd. Bovendien hebben ze allicht hun eerste levensjaren het moeten doen met de minerale olie. Bij gevolg heeft zich in het inwendige van het motorblok en carter (versnellingsbak) een residue op de wanden en bodem afgezet, wat met synthetische olie -met hun prachtige dopes- het foutieve effect heeft, dat die aanslg losweekt en weer in circulatie komt. Het oliefilter filtert dit er niet uit. Immers, in eerste aanleg gebeurde dat ook niet waardoor het residue zich tegen de wanden kon afzetten. Bovendien vragen de moderne oliën ook om rubber-afdichtingen die tegen de dopes bestand zijn. Daarin is voor de Classic Mini niet voorzien. Wat we eerder niet ervaren hadden en nu wel, dat is dat synthetische olie met haar additieven koperlegeringen aantast. Dat is een euvel, wanneer er in de bak synchronisatie ringen zijn toegepast die van een koperlegering gemaakt zijn. Zulke synchromesh ringen zitten in onze Mini-bakjes. Mede reden dus om te adviseren geen synthetische olie als motorolie te gebruiken. Een aspect is ook, dat de motorolie de versnellingsbak smeert. In de laagste versnellingen wordt de druk tussen de tanden bij optrekken zo groot, dat de lange molecuul-ketens waar de synthetische olie uit bestaat kapotgedrukt worden, waardoor de smering tekortschiet. De ketens in de minerale olie zijn korter en sterker.

Back to top

Toleranties

Lees je de geschiedenis van de Engelse autofabricage, dan leer je, dat ze eindeloos doorgingen met wat ze al hadden. Zo ook de machines waarop de draaiende onderdelen en hun lagering werden gemaakt. Al in het begin van de levensloop van de Mini waren veel machines behoorlijk gedateerd. Dat houdt ook in, dat de tolerantie waarmee deze machines de bewerkingen deden veel ruimer lag dan men in de tegenwoordige autofabicage als norm hanteert. Dat gaat tot in de factor tien. Dit betekent zondermeer dat de ruimte die er –gemiddeld- is tussen draaiende onderdelen en de stilstaande onderdelen waarin of waaromheen ze draaien –naar huidige maastaven- wel groot is. Om daartussen een behoorlijke oliefilm in stand te houden heb je dus ook heel wat dikkere olie nodig, dan in de tegenwoordige motoren. Een mooie bijkomstigheid voor meneer Issigonis –toen hij de Mini ontwierp- was, dat deze olie ook wel bruikbaar was in een versnellingsbak. In het algemeen deed men dikkere olie in versnellingsbakken, maar met aangepaste toeleranties was de combinatie goed mogelijk. Natuurlijk is ook de oliepomp in het motorblok qua spelingsruimte afgestemd op de dikkere olie. Gebruik je dunnere olie, dan sijpelt er meer olie opzij weg in het pomphuis. De verplaatste hoeveelheid wordt daarmee minder en ook de druk die bereikt wordt is lager. Zelfde speelt bij de drukregelklep die in het blok zit. De veerspanning en de oppervlakte van het aanrakingsvlak tussen plunjer en zitting zijn zo op elkaar afgestemd, dat met de voorgeschreven olie de druk precies hoog genoeg wordt.

Back to top

Welk merk

Er is veel discussie mogelijk over de keuze van het merk motorolie. Als je alles leest op de diverse fora valt de keuze eigenlijk in tweeën. Voor onze dagelijkse gebruiksauto willen we graag zo lang mogelijk doen met de motorolie. Resultaat is, dat fabrikanten reclame maken met steeds langere verversingsintervallen. Prachtig. De verversingstermijn voor een Classic Mini is 5000 km of een jaar. Maar nu eerst de vraag; hoeveel kilometer rijdt u jaarlijks? Ongeacht het antwoord; het is raadzaam eens per jaar de olie te verversen. En wel voor de aanvang van het stallingsseizoen. (Of, rijdt u zomer en winter door?) Voor onze oldtimer gelden heel andere afwegingen dan voor de leasauto van de buren. Het is dus helemaal niet dom of raar om naar de Gamma of Action te gaan voor een vijfliter kan motorolie en een losse liter voor het navullen. Maar je kunt evenzogoed kiezen voor een leverancier die drie keer zo duur is. Het is maar, wat jou goed doet.

Back to top

Olie bijvullen, verversen

Op de oliepeilstok staat een streepje (max) tot waar de olie moet komen wanneer de auto langer dan een uur heeft stilgestaan en de motor intussen niet gedraaid heeft. Vaak staat er wat lager een tweede streepje (min). Als de olie niet aan dat streepje toekomt, zit er echt te weinig olie in het carter (de versnellingsbak). Vanaf het min-streepje tot het max-streepje kan er een liter olie bij. Als je niet weet wat voor olie er in het carter zit omdat je de auto nog maar pas in gebruik genomen hebt, doe je er goed aan de (alle) olie uit het carter te laten lopen. Bij een motor op bedrijfstemperatuur gaat dat het vlotste en komt er ook echt het meeste uit. Maar pas op; brand je fikken niet. De olie is dan 80 graden C. Het is wel een afwasteiltje (5l.) vol, wat er uit komt. Zorg dat de auto wat voorover staat, zodat ook de meeste olie die in het differentieelhuis (laagste punt) zit er mee uitkomt. Vervang ook het oliefilter. Het is goed om –vóór montage- het oliefilter met verse olie te vullen. En, de rubber ring van het filter eerst in de olie dopen en wrijven en, niet té vast draaien (hij moet ooit weer los). Er gaat nu 4,8 liter nieuwe olie in het carter. Het vulgat zit bovenop het kleppendeksel, de zwarte plastic dop eruit en rustig aan gieten want de kanaaltjes naar het carter toe zijn maar smal. Ben je verbaasd dat het oliepeil te hoog staat en vind je de olie aan de peilstok eigenlijk wel vreemd dun. En is het benzineverbruik van de auto de laatste tijd raar hoog? Dan heb je waarschijnlijk een lekkende benzinepomp.

Back to top

Olieverbruik

Op het forum passeert ook dikwijls de opmerking dat er maar dikkere olie wordt gebruikt om de lekkage te beperken. Zeer waarschijnlijk is het dat dergelijke klachten voortkomen uit een slecht werkende carterventilatie. Zoek voor meer informatie onder de zoekterm carterventilatie in de wiki pagina's. Ook de bediening van het schakelmechanisme aan de bak geeft vaak lekkage door slechte afdichtingen. De keerringen in het differentieelhuis om de aandrijfassen lekken ook vaak. Binnenkort behandelen we deze onderwerpen op de Wiki.

Back to top

Automaat

Omdat in een automaat rembanden zitten en schijvenkoppelingen die met frictie moeten werken, is voor een automaat absoluut 10W40 geboden te gebruiken. Elke keer dat je wegrijdt of de bak een andere versnelling kiest, moet de olie tussen de oppervlakken die door frictie op elkaar moeten inwerken weggeperst worden. Gebruik je 20W50, dan is een veel grotere werkdruk nodig om de olie weg te pesen dan bij 10W40 olie. De toleranties in de versnellingsbak zelf en in het motorblok wat voor de automaat is gekozen zijn op 10W40 gebruik afgestemd. Realiseer je ook dat voor het aflezen van het oliepeil de regel is, dat de motorolie gepeild moet worden nadat je teruggekomen bent van een rit (motor op bedrijfstemperatuur) en dan twintig minuten wachten. Dan peilen. Het punt is namelijk dat de koppelomvormer in rust langzaam leegloopt (ongeveer een liter). Als je dus peilt nadat de auto een etmaal stilgestaan heeft, krijg je een verkeerde aflezing.

Back to top

Na revisie

Opmerkelijk is het aantal berichten op het forum over het niet verkrijgen van oliedruk bij het voor het eerst opstarten na revisie. Veelal komt dat dan doordat de oliepomp ‘droog’ in het blok is gezet. Een oliepomp is geen luchtpomp! De oliepomp moet door de aanzuigbuis de olie eerst opzuigen uit het carter en dan kan de pomp de olie in het smeersysteem persen. Het is raadzaam om de pomp ‘gevuld’ te monteren. Gebruik daarvoor het speciale montagevet waarmee revisie bedrijven motoren opbouwen. Het is wellicht ook raadzaam de aanzuigbuis tevoren met olie te vullen.

Back to top